Dorpskerk

Dorp - Ds. Engelsma
zondag 27 mei - 08:45
Dorp - Ds. Engelsma
zondag 27 mei - 10:30
Dorp - Ds. A.P.D. Zijlstra
zondag 27 mei - 19:00

Zuid01

Een kleine geschiedenis van een groots gebouw.

In  Hellendoorn staat een tweetal kerken. Beide gebouwen zijn van origine rooms-katholiek. Het jongste godshuis ontstond in het vierde kwart van de negentiende eeuw. Het oudste stamt, voor zover dat in de archieven is achterhaald, uit de twaalfde eeuw. Dit oorspronkelijk Rooms-katholiek gebouw met bijna negenhonderd jaar oude papieren is sinds de dagen van de Reformatie eigendom van de Protestanten. Sinds koninginnedag 2005 huis van samenkomst voor de leden van de Protestantse Kerk van Hellendoorn.

Deze op een fundering van veldkeien gebouwde kerk kent een driedeling: een Romaans middenschip, een Gotische toren en een eveneens Gotisch koor. Laten we in genoemde volgorde iets vertellen over haar eeuwenoude geschiedenis.

Naar de kerk kijkend vanuit het noorden of zuiden springt het Romaanse gedeelte (waarschijnlijk uit 1176 of vlak daarna, want bisschop Godfried van Rhenen wijst ons kerspel in dat jaar tienden toe voor de bouw) er ogenblikkelijk uit. Niet vanwege de opvallende grootte. Integendeel zelfs. Het gaat om de steensoorten, waaruit dit gedeelte is opgetrokken. Zwerfstenen uit de ijstijd, meegenomen door de uit Scandinavië oprukkende gletschers, na de dooi hier achtergebleven. Door de twaalde-eeuwers geschikt bevonden als fundering voor hun kleine godshuis. Verder vallen de donkere, zeer onregelmatige stukken ijzeroer op. Stenen waaruit men ook probeerde door hoge verhitting ijzer te smelten. Heel wat dichter bij huis gevonden dan de Scandinavische veldkeien. Ongeveer een jaar geleden kon de conclusie worden getrokken dat deze brokken oersteen wel eens afkomstig zouden kunnen zijn uit Marle, een van de kleine buurtschappen van het kerkspel Hellendoorn. Hier worden door het ploegen nog altijd stukken oersteen naar boven gewerkt. Als laatste zien we een derde natuurproduct: tufsteen. Resultaat van vulkanisme. In dit geval afkomstig van heel lang geleden actieve vuurspuwende bergen inde Eifel.

Deze verschillende uit de natuur gehaalde bouwmaterialen zijn door mensenhand bewerkt om ze gemakkelijker te kunnen vervoeren. De stenen moesten wel tilbaar zijn. Hoewel Middeleeuwse miniaturen aantonen dat er in die tijd al hijswerktuigen werden gebruikt, mag voor onze contreien niet voetstoots van hetzelfde worden uitgegaan. Het transport ging grotendeels per schip. Waar dat niet anders kon, met paard en wagen.  Misschien zelfs met os en wagen. Ter plekke konden de bouwlieden aan het werk. Zagen en beitels hebben de tufstenen bewerkt tot goed hanteerbare vormen. Al veel lijkend op de latere baksteen. Maar sinds de val van het Romeinse Rijk waren wij die kunst verleerd. Via de overal en altijd actieve monniken kwam dit vakmanschap na eeuwen weer terug.

Eveneens opvallend aan de buitenkant van dit Romaanse gedeelte zijn de vlakverdeling van de muren, de manier waarop de sierlijsten zijn gemetseld en de hooggeplaatste ronde ramen. Bij restauratiewerkzaamheden is gebleken dat deze vensters oorspronkelijk kleiner zijn geweest. Het zal in de vele eeuwen zonder elektriciteit een donkere bedoening zijn geweest. Vaak gebeurde veel in de vage schemer, met kaarsen als enige lichtbron. Het zal mystiek en mysterie ongetwijfeld bevorderd hebben.

adamevaInmiddels zijn we reeds binnen in het gebouw. Het volk kwam binnen door de in de noord- en zuidmuur geplaatste houten deuren. Nu dichtgemetseld. Maar zeer binnenkort wordt het gebruik van de noordingang hersteld. Aangezien deze laatstgenoemde windrichting in de Middeleeuwse denkwereld van doen heeft met het kwaad, was dit de toegang voor de vrouwen. Ik kom hier later op terug. Kijken we omhoog, dan ontdekken we een houten tongewelf. Dit hoort rond te zijn, de naam zegt het al. Doch door latere "aanbouwsels" heeft men de vorm aangepast aan de Gotische stijl. Achterom kijkend zien we aan weerskanten van het orgel een zogenaamd ossenoog. Zeer bijzonder in deze streek. Tevens toont het aan dat de toren er oorspronkelijk niet tegenaan heeft gestaan. Het zijn namelijk vensters (geweest).

De Gotische toren stamt duidelijk uit een andere tijd. Tijdens de bouw in 1442 zitten we volop in de Gotiek. De wat zwaar uitgevallen toren werd voor een groot gedeelte betaald uit de opbrengsten van de landverkoop door de kerkmeesters Hendrick Meyer te Hulsen, Johan van Egen, Roebert Meyer te Elen en Johan Willemsz. Zelf omschreven ze het beoogde doel als een "timmering". Al snel valt het gebruik van ander bouwmateriaal op. Groot uitgevallen bakstenen. de zogenaamde kloostermoppen. Voorzover men heeft kunnen nagaan zijn ze gemaakt van materiaal uit keileemlagen aan de Elerweg. Dichter bij huis was nauwelijks mogelijk. De gaten ontstaan door de leemgraverij zijn nog altijd duidelijk te zien. Qua stijl zoekt men het nu hogerop. Alleen al de spitsboogvorm laat dat overduidelijk zien. Tevens worden er klokken in de toren gehangen. Hierover zou veel te vertellen zijn. We vermelden dat minimaal een van de drie ter plekke is gegoten. Bij de restauratie in 1962 zijn hiervan bronzen gietresten teruggevonden. Van de andere twee zijn dankzij archiefmateriaal maker en atelier bekend geworden. De klok uit 1547, gegoten door Wilhelm Wegewaert uit Kampen, is gewijd aan Sint Sebastianus, de oorspronkelijke beschermheilige. Op de spreukband staat in minuskels: "O Bastiaen wilt ons bi Christum verwerven dat hi ons van den duvel wil bescermen en een salich ure t sterven". Zeer doeltreffend, want men ging er vanuit dat de duivel en zijn trawanten zwevend in de lucht met nachtelijke aanvallen wilden proberen de gelovigen te overweldigen. Klokgebeier zou hen echter op de vlucht doen slaan. Een gelijksoortig wapen tegen deze grote en gevaarlijke tegenstander was het haantje. De haan kraait reeds wanneer het nog donker is. Hij kondigt de dag aan. Het licht. Beter gezegd: het Licht der wereld. Wees niet bang, Christus heeft de duisternis overwonnen. De duivel heeft geen enkele kans. De klok uit 1543, gegoten door de Kampenaar Geert van Wou, laat dit overwinnende werk van Christus duidelijk zien. Hij is afgebeeld met zijn moeder Maria en zijn broer Johannes. In 1561 wordt de laatste klok gegoten. Weer door Wilhelm Wegewaert. Hier staat op de spreukband: "Lovet Godt in alle werken". Het is duidelijk, de "nije lehre"is in aantocht. De Reformatie staat ook in het kerspel Hellendoorn voor de deur en klopt.

ArkvanNoachRest ons nog het Gotisch koor. Uit het archief van kasteel Rechteren bij Dalfsen  weten we dat Dirck van Sculenborg, Jacob van Ittersum en Hendrick Schaep van den Dam (alle drie havezatebewoners) samen met waarnemend pastoor Jacob van Langele te Heino een bijdrage vragen voor een nieuw koor met twee kapellen. Aangezien de bevolking te arm is om voor de totale kosten op te draaien verkoopt de genoemde adel in 1495 vier percelen grond. Zij die aan de collecte een bijdrage leveren boffen: "alle diegene die daer haers behulplicke hant reyken" ontvangen een aflaat van zonden voor veertig dagen. Twaalf bisschoppen en de "Stoel van Rome" staan hiervoor garant. Het boeiende van een dergelijke gebouwuitbreiding is dat de dagelijkse diensten gewoon door moeten kunnen gaan. Men bouwt dus als het ware geheel of gedeeltelijk om de bestaande ruimte heen. In ons geval zal dat hoogstwaarschijnlijk alleen om de oostmuur zijn gegaan  Aan de buitenkant zien we forse steunberen. De naam spreekt eigenlijk voor zich. Daar de ruimte hoger en breder wordt, neemt ook de druk toe. Aan de binnenkant zien we hoe de ribben van de kruisgewelven die druk opvangen en doorgeven aan die steunberen aan de buitenkant. Door deze ondersteuning worden de muren niet door een soort innerlijke "Simsonkracht" uit elkaar gedrukt. Soms heeft men als extra zekerheid enkele trekstangen aangebracht. Deze nieuwe bouwwijze is slechts mogelijk doordat men nieuwe berekeningen en nieuwe technieken toepast. Ook toen, evenals nu, gingen ontwikkelingen op allerlei gebieden hun gang. Alleen het tempo ervan lag aanzienlijk lager. Door de mogelijkheid in het bouwen hogerop te kunnen gaan, kregen ook de ramen andere vormen. De lengte zorgde voor een grote lichtinval. Deze oppervlakte werd bedekt met gekleurd glas. Dat zijn ramen geweest waarin de adel ondermeer zijn familiewapens showde. Bij restauratiewerkzaamheden zijn glasrestanten gevonden die dit aantonen. Sinds 1962 is het koor voorzien van een drietal prachtige gebrandschilderde ramen in de oostmuur. Alles draait hier om Christus als het Lam Gods met de volmacht de boekrollen te openen over de gebeurtenissen op de jongste dag. Apocalyptische afbeeldingen in het centrale raam worden omgeven door de belangrijkste gelijkenissen in de beide andere. De kleine ramen in deze zelfde muur stellen Jezus' geboorte voor en zijn maaltijd met de Emmaüsgangers. In de zuid- en noordwand komen we zeven afbeeldingen tegen uit het Oude Testament. Al deze schitterend gekleurde glazen zijn van de hand van de Oldenzaalse kunstenaar Jan Schoenaker.

Er zijn echter ook enkele zijkapellen bijgekomen. Onder andere voor Maria (de moeder van Jezus), voor Maria Magdalena en voor Anna (volgens de Middeleeuwse gelovigen de grootmoeder van Jezus). Ook de bekende Antonius abt had een eigen altaar. In Hellendoorn droeg zelfs een klein gasthuis zijn naam. Elke kapel had een eigen altaar en een eigen vicaris (plaatsvervangende priester).

Maar in het kerkelijk gebeuren draaide natuurlijk alles om het hoofdaltaar. Voor de kerk van Rome is dat tot vandaag de dag nog altijd het geval. Hier wordt Christus geofferd en daarna aangeboden in de gedaante van een hostie. Wat van deze hostie na afloop van de eucharistieviering over is wordt bewaard in het sacramentshuis. Wie onrein was kon vanaf het kerkhof door een zogenaamde hagioscoop binnen kijken en beleefde op die wijze de eucharistie toch mee. Hij/zij zag het heilige: Jezus in de gedaante van de hostie. Een van die altaarstenen ligt sinds vele jaren aan de noordkant van het koor in het gras. De Reformatie stelde geen prijs op deze interpretatie van Jezus' offer. Evenmin op de hulp hierbij van heiligen. De twee reliekenopeningen zijn nog altijd duidelijk zichtbaar. Hierin bevonden zich kleine onderdelen van voorbeeldige geloofsvoorgangers uit voorbije tijden. De gelovigen konden met hun hand de openingen aanraken en meenden zo op hulp van die heiligen te kunnen rekenen. Ook sacramentshuis en hagioscoop zijn nog altijd aanwezig in het koor.

GeboorteHier staat tegenwoordig ook een doopvont. Het is niet het originele. Dat is tijdens de roerige Reformatiedagen verdwenen. In de eerste helft van de twintigste eeuw echter teruggevonden als paardentrog bij een boer in de omgeving. Sindsdien te bezichtigen in het Rijksmuseum Twente te Enschede. De huidige doopvont heeft acht zijvlakken. In de symboliek is dat het getal van de Messias. Een vierkant staat voor de aarde. Een cirkel voor de hemel. De doopvont maakt ons dus duidelijk dat Jezus de Messiaanse verbinding vormt tussen het rijk van Zijn Vader en dat van de mensheid.

Duidelijk is te zien dat het koor het hoogste gedeelte van de kerk is. Dat kan ook bijna niet anders, want eronder ligt de ruimte van de crypte. Hier begroef men de personen die het dichts bij Christus, dus onder de plaats van het altaar, mochten rusten. Op de jongste dag zouden zij dan als eersten met Christus op kunnen staan. In de eerste plaats was deze ruimte bedoeld voor de priesters. Aangezien deze nogal eens uit de adel kwamen, werd ook aan leden van die stand vaak toestemming verleend in de buurt van het altaar begraven te mogen worden. Een zwaar beschadigde openingssteen voor een dergelijk adellijk graf is nog steeds aan de voet van het koor te vinden. De overige gestorvenen kregen een plaatsje in de rest van de kerkruimte. Het zal duidelijk zijn dat de rijke stinkerds vrijwel altijd voor in de kerkruimte te vinden waren. Daar deden zij ook op dat terrein een stevige duit in het zakje. Toen binnen onder de vloer de ruimte volledig was gevuld, moest men naar buiten. Daar werd begonnen met het begraven tegen de muren aan. Een Katholieke kerk is namelijk meer dan een verzameling stenen. Het is een gewijde ruimte, heeft dus in de ogen van de gelovigen een bepaalde meerwaarde. Ook voor het kerkhof, Gods akker, geldt dat. Tot de Napoleontische tijd bleef men op deze wijze op deze plaats begraven. Daarna werd dit verboden. Doden moesten minimaal dertig ellen van de bebouwde kom verwijderd worden begraven. Dit om de kans op mogelijke besmettelijke ziektes zoveel mogelijk te beperken.

Tenslotte nog een enkele opmerking over symboliek. Een symbool verwijst naar iets dat niet direct is uit te drukken. Bijvoorbeeld de trouwring. Deze staat voor altijd trouw zijn aan elkaar, want de ring kent immers geen begin of eind. Zo bestaat er ook een christelijke symboliek voor de vier windrichtingen. Heel summier vertel ik hier iets meer van. In Oudheid en Middeleeuwen bouwde men de kerken in de lijn west-oost. Ook in Hellendoorn zal men dat van plan geweest zijn.. Toch is er een kleine richtingafwijking.  Nader onderzoek heeft uitgewezen dat men in dit geval heeft gebouwd via een zogenaamde leilijn. Een krachtenlijn in de grond. De heersende gedachte, reeds ontstaan in heidense tijden, was dat eventuele problemen op deze wijze zoveel konden worden voorkomen. Ongetwijfeld zijn de voorchristelijke bewoners van ons dorp hiervan op de hoogte geweest. Na de kerstening is men voortgegaan op deze lijn. Letterlijk. De richting was immers nagenoeg west-oost  In de christelijke optiek is het westen de plaats van de dood. Dus ook van de duivel. Door te gaan naar het oosten verlaat men de plaats van het kwaad. Met gaat op naar de zonsopgang.  Aangezien Jezus het Licht der Wereld is, loopt men Hem tegemoet. Letterlijk, want op het altaar in het koor wordt Hij immers dagelijks geofferd om de mensheid te redden. Ook is Hij te allen tijde present in de hostie in het sacramentshuis.

In de eerste hoofdstukken van het bijbelboek Genesis staat het overbekende verhaal van Eva en Adam, etend van de Boom van de kennis van goed en kwaad. Een hele Joodse en Christelijke geschiedenis lang heeft Eva daarvoor de schuld gekregen. Als gevolg daarvan werd een vrouw als minder gezien dan een man en als zodanig ook behandeld. Op elk terrein van het leven kwam dat tot uiting. Zeker in de kerk. Daardoor is het noorden de kant van het slechte, van de duivel en van de vrouw. Een soort drie-eenheid van het kwaad. In de Middeleeuwen wordt de vrouw gezien als niet meer dan "een zak met drek". Bij de man hoort natuurlijk de tegenovergestelde zijde: het zuiden. Na God is alleen hij in staat iets goeds te verrichten. Er zijn uitzonderingen. Boven alle twijfel verheven is natuurlijk Maria, de door God uitverkoren maagd. Elke maagd die haar voorbeeld volgde deed goed. In de tweede helft van de Middeleeuwen is er dus veel belangstelling voor vrouwen die het klooster ingaan. Zo wordt getracht enigszins goed te maken wat Eva lang geleden verknoeide. 

Iets van de doorleefde geschiedenis van dit eeuwenoude gebouw is u onder ogen gekomen. Een bezoek aan ons kleine pronkjuweel opent u de ogen pas werkelijk.

Tekst: Paul Janse
Foto's: Egbert Jansen

Meer informatie over de geschiedenis van de dorpskerk vindt u in:
RONDOM KERK EN TOREN, geschreven door Paul Janse en Zegert Vis, uitgegeven door de Overijsselse Bibliotheek Dienst (1990), onder auspiciën van de Stichting Johanna van Buren, en het boek
GESCHIEDENIS VAN DE OUDE KERK VAN HELLENDOORN, van A. Ponsteen in 2005 gepubliceerd door Uitgeverij Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal.

By A Web Design

Winterwerk 2012-2011

wo 22 augustus
Uitgave nieuwe activiteiten